Klimaatnota – waar staan we?

Nieuws Nieuws · 29 oktober 2021
Expert
Anne Leeuw
Anne Leeuw
Belangenbehartiger Verduurzaming

Donderdag 28 oktober verscheen de Klimaat en Energieverkenning (KEV), de jaarlijkse monitor voor het Nederlandse klimaatbeleid. Die leidt tot een stevige discussie over de noodzaak van extra maatregelen om de scherpere Europese doelstellingen te halen. In dit artikel vatten we samen wat de belangrijkste onderdelen voor de gebouwde omgeving en de corporatiesector zijn.

De Klimaat- en Energieverkenning (KEV) en de Monitor Klimaatbeleid vormen samen de basis voor de Klimaatnota. Hierin wordt gerapporteerd over de voortgang en de uitvoering van het Klimaatplan uit 2019. De Klimaatnota omvat alle klimaattafels (elektriciteit, industrie, gebouwde omgeving, mobiliteit, en landbouw en landgebruik). Een van de belangrijkste conclusies is dat Nederland niet op koers ligt voor de beoogde emissiereductie, maar dat er naar verwachting wel aan het Urgenda-vonnis wordt voldaan als er een aantal aanvullende politieke besluiten worden genomen.

Monitor Klimaatbeleid Gebouwde Omgeving

Volgens de monitor stevent Nederland af op een emissiereductie van 38% tot 48% in 2030. Dat is onder het beoogde niveau van 49% en ligt daarmee ook onder het hernieuwde ambitieniveau van 55%. Het aandeel CO2-emissies van de Gebouwde Omgeving op het totaal is de afgelopen 5 jaar relatief gelijk gebleven.

Groen energielabel voor 75% corporatiewoningen

Op 1 januari 2020 zijn zo’n 529.000 woningen geheel aardgasvrij gemaakt en is 87% van nieuwbouw aardgasvrij opgeleverd. Specifiek vermeld de monitor: ‘In 2021 verwacht de corporatiesector gemiddeld label B te bereiken. 75% van de corporatiewoningen heeft inmiddels een groen energielabel (A, B of C). In de particuliere huurwoningen is er sprake van het grootste aandeel lage labels (F en G)’. Ook geeft de monitor aan dat de corporatiesector voorloopt op de particuliere huursector in het toepassen van isolatiemateriaal en glasisolatie. Door alle verhuurders samen werden zo’n 25.000 woningen verduurzaamd met behulp van de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH). Daarnaast werd voor bijna 100.0000 woningen gebruikgemaakt van de Regeling Vermindering Verhuurderheffing (RVV).

Proeftuinen Aardgasvrije Wijken

Ook de Proeftuinen Aardgasvrije Wijken wordt benoemd in de monitor. Het gaat om complexe opgaven, waarbij in de proeftuinen veel praktijkervaring wordt opgedaan. Het op het juiste moment betrekken van stakeholders is van groot belang. De monitor meldt: ‘Woningcorporaties en warmtebedrijven hebben een eerste stap in de opschaling van collectieve warmte gezet met de Startmotor.’ De transitievisies warmte die handelingsperspectief moeten bieden, zijn naar verwachting tegen eind 2021 beschikbaar voor alle gemeenten. Slechts 14 gemeenten waren in juli 2021 nog niet begonnen aan de rapportage.

Wat kon beter volgens de monitor?

  • De wijkaanpak verliep moeizaam door beperkte middelen (verduurzaming vaak niet rendabel voor bewoners) en vertraagde wetgeving.
  • Hoewel de Startmotor absoluut belangrijk was, is de voortgang minder dan beoogd.
  • De aanvraag van de SAH was soms te ingewikkeld dankzij het pakket aan additionele voorwaarden.
  • Voor de Renovatieversneller zijn geen van de aanvragen goedgekeurd. De inhoud wordt herzien en de middelen doorgeschoven. Daarnaast blijft het meekrijgen van eigenaar-bewoners lastig. Gemeenten kunnen meer afdwingen als bevoegdheden worden uitgebreid.

Nationaal

Voorbeelden van middelen of maatregelen op nationaal niveau voor de corporatiesector zijn bijvoorbeeld isolatie en hybride warmtepompen. De middelen voor isolatie (514 miljoen van 2022 tot 2024) volgen op de ontwikkeling van de Standaard in 2021. Een volgend kabinet besluit hoe deze isolatiestandaard wordt ingezet en verplicht wordt. De middelen voor hybride warmtepompen (288 miljoen) zullen grotendeels beschikbaar gemaakt worden via de ISDE tussen 2022 en 2024.

Europees niveau en Fit For 55

Het ambitieniveau voor 2030 moet omhoog van 49% naar 55% en daar hoort een pakket maatregelen bij op Europees niveau. De Europese Commissie stuurt aan op het invoeren van een Emission Trading Scheme (ETS) voor de gebouwde omgeving samen met de transportsector vanaf 2026. Een deel (75%) van die opbrengsten moet op nationaal niveau geïnvesteerd worden in verduurzaming van de twee sectoren en een kwart van de opbrengsten wordt herverdeeld via het Europees Social Climate Fund. Daarnaast komen er minimumeisen voor de energieprestatie van de bestaande bouw en wordt de Hernieuwbare Energierichtlijn (RED) aangescherpt.