Alternatieven ontoereikend
Terwijl de taakstelling van gemeenten om statushouders onderdak te bieden blijft, wordt het instrument om hieraan te voldoen gemeenten en corporaties uit handen genomen. Het verbod op voorrang veroorzaakt zo een huisvestingscrisis voor statushouders. De alternatieve huisvestingsmogelijkheden zijn ontoereikend, onrealistisch en inefficiënt. Zo zijn er nog nauwelijks doorstroomlocaties. Het bouwen daarvan betekent geld en bouwlocaties gebruiken voor een tijdelijke oplossing, terwijl veel beter permanente woningen voor alle woningzoekenden neergezet kunnen worden.
Woningdelen biedt mogelijkheden en corporaties zijn op heel veel manieren creatief in het beter benutten van hun woningen. Maar op korte termijn kunnen daar geen wonderen van verwacht worden. Voor grootschalige toepassing moet eerst regelgeving (rondom toeslagen, uitkeringen en heffingen) aangepast worden. Verder is particuliere huur voor statushouders vaak onbetaalbaar en leidt het intrekken bij familie of bekenden mogelijk tot overbewoning en komt de leefbaarheid van buurten verder onder druk te staan.
Liesbeth Spies: ‘Zolang de alternatieven niet goed geregeld, gefinancierd en uitvoerbaar zijn, is het onverantwoord om de huidige instrumenten – voorrang en taakstelling – los te laten.’
Investeer in permanente huisvesting
Groot risico van het verbod op voorrang is dat statushouders nog langer in de (nood)opvang blijven vastzitten, dit heeft grote financiële gevolgen. Een plek in de asielopvang kost circa € 3.000 per persoon per maand. Als één statushouder onnodig 12 maanden langer in de opvang verblijft, kost dat de overheid minimaal € 36.000. Terwijl een sociale huurwoning van gemiddeld € 700 per maand grotendeels door de statushouder zelf wordt betaald. De 19.000 statushouders die nu in de noodopvang zitten kosten de staat dus honderden miljoenen euro’s per jaar, zonder dat de woningnood wordt opgelost. De rekensom is simpel: investeren in permanente huisvesting levert de samenleving veel meer op.