Overslaan en naar de inhoud gaan Skip naar footer Skip naar zoeken Skip naar menu

Nieuwe asbestwetgeving: wat moeten woningcorporaties weten?

Nieuws 31 augustus 2026
Experts
Timo Ringlever
Belangenbehartiger
Gerrie van der Breggen
Adviseur Onderhoud en verbetering bestaande woningen

De asbestregelgeving staat de komende jaren voor belangrijke veranderingen. In dit artikel lees je meer over de implementatie van de Europese Asbestrichtlijn, de invoering van een vergunningplicht voor bepaalde asbestwerkzaamheden en de overgang van het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). We bespreken wat deze ontwikkelingen betekenen voor woningcorporaties en welke gevolgen die hebben voor processen, informatievoorziening en het opdrachtgeverschap.

De regelgeving rondom asbest is in beweging. Vanuit Europese regelgeving worden de eisen voor asbestwerkzaamheden aangescherpt. Daarnaast werkt het Rijk aan een nieuwe inrichting van de asbestmeldingen en informatievoorziening. Voor woningcorporaties is dit relevant omdat zij regelmatig opdrachtgever zijn van asbestinventarisaties, renovaties, onderhoudsprojecten en saneringen.

Waarom verandert de regelgeving?

De wijzigingen in de Nederlandse asbestregelgeving volgen uit de implementatie van de Europese Asbestrichtlijn (EU 2023/2668). Deze richtlijn heeft als doel werknemers beter te beschermen tegen blootstelling aan asbest. Dit leidt tot aanpassingen in de wijze waarop opdrachtgevers in de asbestketen meldingen, toezicht en informatie-uitwisseling moeten organiseren. 

Wat zijn de nieuwe ontwikkelingen in de asbestregelgeving?
 
Informatieverplichtingen in Omgevingsloket

In 2025 heeft het kabinet een wetsvoorstel ingediend voor de implementatie van de Europese Asbestrichtlijn. Onderdeel van dit wetsvoorstel is dat informatieverplichtingen in de asbestketen ondergebracht worden in het Omgevingsloket.

 
Invoering vergunningsplicht

Een belangrijke inhoudelijke wijziging in de nieuwe asbestwetgeving is de invoering van een vergunningplicht voor bedrijven die asbestverwijderingswerkzaamheden uitvoeren en voor bepaalde andere werkzaamheden waarbij blootstelling aan asbest kan optreden. Bij algemene maatregel van bestuur kan de vergunningplicht in de toekomst ook gaan gelden voor bepaalde, specifiek aangewezen bewerkingen van asbest. Het voornemen is om de vergunningplicht in eerste instantie te beperken tot sloop- en asbestverwijderingswerkzaamheden.

Hoe ziet het tijdspad voor de gewijzigde asbestregelgeving eruit?

Op 9 juni 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel. De behandeling in de Eerste Kamer loopt nog. Op 7 juli 2026 heeft de Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid verslag uitgebracht. Ook moeten de wijzigingen van het Arbobesluit en de Arboregeling nog definitief worden vastgesteld. Er wordt gestreefd naar inwerkingtreding begin 2027. De datum van inwerkingtreding wordt vastgelegd bij koninklijk besluit. 

Waarom wordt het LAVS uitgefaseerd?

In februari 2026 heeft het kabinet besloten het Landelijk Asbestvolgsysteem (LAVS) niet verder door te ontwikkelen maar uit te faseren. De overheid stopt met het LAVS omdat uit de evaluatie blijkt dat het systeem als complex en onvoldoende gebruiksvriendelijk wordt ervaren en onvoldoende aansluit op de werkprocessen in de asbestketen. Ook is het lastig om achteraf correcties door te voeren. Door de implementatie van de Europese Asbestrichtlijn zouden bovendien ingrijpende wijzigingen in de regelgeving en het systeem nodig zijn. De overheid kiest er daarom voor om de wettelijke meld- en informatieplichten voor asbest onder te brengen in het Omgevingsloket, onderdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hiermee sluit de overheid aan bij de bestaande afhandeling van sloop- en asbestmeldingen binnen de Omgevingswet. 

Wat zijn de verschillen tussen het LAVS en het DSO?

Het DSO zal niet alle functies uit het LAVS vervangen.  Het LAVS is een ketenvolgsysteem waarin verschillende partijen gegevens over het proces van inventarisatie tot en met verwijdering en eindinspectie registreren en raadplegen. Het Omgevingsloket is vooral bedoeld voor het indienen en afhandelen van wettelijke meldingen en informatieverplichtingen. De informatie zal daardoor niet vanzelfsprekend in dezelfde samenhang beschikbaar zijn als nu in het LAVS.

Corporaties moeten er daarom niet van uitgaan dat het DSO straks als volledig asbestdossier of als vervanging van het eigen vastgoedregistratiesysteem kan worden gebruikt. Een corporatie zal dus zelf een asbestdossier moeten bijhouden. Welke informatie opdrachtgevers in het DSO kunnen inzien, downloaden of corrigeren, wordt nog uitgewerkt.

Het LAVS blijft voorlopig in gebruik totdat alle juridische, organisatorische en technische randvoorwaarden zijn ingevuld en de nieuwe regelgeving in werking treedt. Voor gebruikers van het LAVS verandert op dit moment nog niets. 

Wat betekent de overgang naar het DSO voor woningcorporaties?

De verantwoordelijkheden van corporaties als opdrachtgever veranderen niet fundamenteel. Corporaties controleren nu al of partijen beschikken over de benodigde certificeringen. Met het nieuwe stelsel komt daar een vergunningplicht bij. Corporaties zullen straks dus niet alleen moeten controleren of een bedrijf over de vereiste certificering beschikt, maar ook of het bedrijf een geldige vergunning heeft voor de specifieke categorie werkzaamheden waartoe de corporatie opdracht heeft gegeven.

Hoe controleert een corporatie of een asbestverwijderingsbedrijf beschikt over de juiste vergunningen?

Er komt een openbare lijst waarop opdrachtgevers kunnen nagaan of een bedrijf een geldige vergunning heeft. Op deze lijst worden onder meer de handelsnaam, het KvK-nummer, het kenmerk en het type vergunning en de categorieën werkzaamheden vermeld. Geschorste of verlopen vergunningen worden van de lijst verwijderd. 

De vergunningplicht geldt niet voor asbestinventarisaties en eindbeoordelingen. Voor asbestinventarisatiebedrijven blijft volgens de voorgenomen uitwerking certificering het uitgangspunt.

Welke documenten hebben corporaties nodig als ze asbest laten verwijderen?

Corporaties moeten, net als nu, kunnen beschikken over:

  • actuele asbestinventarisaties
  • informatie over de locatie en aard van aanwezige asbest
  • eindbeoordelingsrapporten
  • saneringsrapportages en vrijgavecertificaten
  • project- en meldingsdossiers
  • gegevens van betrokken inventarisatie- en saneringsbedrijven
  • een duidelijke registratie van wat is verwijderd en wat nog in vastgoed aanwezig is

Een asbestinventarisatierapport is maximaal 3 jaar geldig. Daarnaast moet het rapport aansluiten bij de actuele situatie en geschikt zijn voor de werkzaamheden die daadwerkelijk worden uitgevoerd. Als asbesthoudende materialen niet worden verwijderd, is de corporatie niet verplicht voortdurend over een geldig inventarisatierapport te beschikken. De corporatie moet dan wel de staat van de aanwezige asbesthoudende materialen periodiek monitoren.

Deze informatie is nodig voor naleving van wettelijke eisen. De corporatie heeft deze informatie ook nodig voor vastgoedbeheer, de onderhoudsplanning en het laten uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden, renovatie- en verduurzamingsprojecten. 

Hoe kan een corporatie gegevens over asbest goed vastleggen?

Door de beëindiging van het LAVS wordt het belangrijker dat een corporatie zelf één centrale en betrouwbare bron voor asbestinformatie aanwijst. Dat kan een afzonderlijk asbestbeheersysteem zijn of een goed ingerichte toepassing die is gekoppeld aan de primaire vastgoed-, onderhouds- en planningssystemen. De corporatie kiest zelf welk systeem zij hiervoor gebruikt. Veel corporaties kiezen voor VGV-Data.

Een centraal asbestbeheersysteem moet bij voorkeur informatie per complex, gebouw en woning kunnen vastleggen. Het systeem moet versiebeheer, controle op de geldigheid van rapporten en verwerking van uitgevoerde saneringen ondersteunen. Ook moet inzichtelijk blijven welke toepassingen zijn verwijderd en welke nog aanwezig zijn. Daarnaast is het wenselijk dat medewerkers en geautoriseerde ketenpartners toegang kunnen krijgen tot de informatie die noodzakelijk is voor hun werkzaamheden. 

Asbestmeldingen via DSO, wat is al bekend en wat nog niet?

De richting van de verandering is inmiddels duidelijk: asbestmeldingen gaan op termijn van het LAVS naar het DSO. Tegelijkertijd zijn nog veel uitvoeringsvragen onderwerp van verdere uitwerking. 

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk om informatie op grond van de arbeidsomstandighedenregelgeving via de landelijke voorziening van de Omgevingswet te verstrekken. In de memorie van toelichting staat dat de informatieoverdracht via deze voorziening niet verplicht wordt gesteld. De precieze inrichting wordt verder uitgewerkt in het Arbobesluit.

Niet iedere ketenpartner hoeft straks afzonderlijk dezelfde melding te doen. In de huidige situatie zijn inventarisatie- en asbestverwijderingsbedrijven verplicht hun werkzaamheden in het LAVS te registreren. Bij asbestverwijdering ligt de melding aan de Nederlandse Arbeidsinspectie bij het uitvoerende bedrijf. Hoe de rollen van de verschillende partijen in de toekomstige DSO-situatie precies worden verdeeld, moet nog definitief worden uitgewerkt.

Zo is nog niet bekend:

  • welke informatie opdrachtgevers straks exact kunnen raadplegen
  • hoe de samenwerking tussen opdrachtgevers, inventarisatiebureaus, saneerders en toezichthouders binnen het DSO wordt ingericht
  • hoe bestaande dossiers en historische gegevens worden ontsloten
  • welke koppelingen mogelijk worden met vastgoed- en onderhoudssystemen van corporaties
  • of een bulkexport van de eigen LAVS-gegevens beschikbaar komt
  • of er een overgangsperiode komt waarin het LAVS en het DSO naast elkaar functioneren

Wel heeft de overheid aangegeven dat bestaande gegevens uit het LAVS zorgvuldig worden gearchiveerd en beschikbaar blijven voor toezicht, handhaving en verantwoording. Maar daarmee is nog niet geborgd dat woningcorporaties hun eigen historische project- en vastgoedgegevens volledig kunnen blijven raadplegen. Ook is nog niet duidelijk of corporaties hun gegevens in één keer kunnen exporteren.

Hoe kunnen corporaties zich voorbereiden op de nieuwe asbestregelgeving?

Hoewel veel details nog niet bekend zijn, kunnen corporaties zich al wel voorbereiden op de nieuwe asbestregelgeving.

 
Informatie in asbestdossiers

Het is verstandig om inzicht te krijgen in de kwaliteit en volledigheid van bestaande asbestdossiers en om na te gaan welke informatie momenteel in het LAVS, eigen vastgoedsystemen en projectdossiers is vastgelegd. Daarnaast is het belangrijk om binnen de organisatie helder te hebben wie verantwoordelijk is voor asbestinformatie, asbestmeldingen en dossiervorming. Een nulmeting kan inzicht geven in ontbrekende, dubbele of verouderde informatie en in verschillen tussen het LAVS en de eigen administratie.

 
Gegevensuitwisseling met externe partijen

Ook kan het zinvol zijn om met inventarisatiebureaus en asbestsaneringsbedrijven in gesprek te gaan over toekomstige gegevensuitwisseling en de rol van digitale dossiers. Leg in contracten en werkafspraken vast welke rapporten en gegevens ketenpartners moeten aanleveren, binnen welke termijn en in welk digitaal formaat. Naar verwachting zal digitale gegevensuitwisseling een steeds belangrijkere rol gaan spelen. 

 
Soepele overgang van LAVS naar DSO

Corporaties doen er verder goed aan om nu al te bepalen welk systeem de centrale bron voor hun asbestinformatie wordt. Daarbij moet worden onderzocht hoe bestaande LAVS-gegevens, projectdossiers en gegevens uit andere toepassingen in dit systeem kunnen worden samengebracht. Maak ook inzichtelijk welke processen momenteel afhankelijk zijn van het LAVS en wat nodig is om de continuïteit te waarborgen tijdens de overgang naar het DSO.

Heeft Aedes een rol bij de uitwerking van de nieuwe asbestregelgeving?

Aedes neemt namens woningcorporaties deel aan de implementatiewerkgroep die het ministerie inricht. Het doel van deze werkgroep is om signalen uit de praktijk op te halen en mee te nemen bij de verdere uitwerking van de nieuwe regelgeving en de overgang van het LAVS naar het DSO. Omdat nog niet alle onderdelen zijn uitgewerkt, kunnen corporaties aandachtspunten, vragen en signalen hierover delen met Aedes. Aedes neemt deze, waar relevant, mee in het verdere implementatietraject. 

Omdat veel uitvoeringsvragen nog moeten worden ingevuld, is het voor Aedes belangrijk om tijdig signalen uit de praktijk op te halen. Denk daarbij aan vragen over gegevensbeheer, toegang tot historische dossiers, systeemkoppelingen, administratieve lasten en de samenwerking met inventarisatiebureaus en asbestsaneerders. Deze signalen helpen om de belangen van woningcorporaties in de verdere uitwerking van de regelgeving onder de aandacht te brengen.
 

Hoe kunnen corporaties zich voorbereiden op de overgang van LAVS naar DSO?

De invoering van het nieuwe vergunningstelsel, de zwaardere eisen aan opleidingen en de overgang van LAVS naar het DSO maken 2026 hét jaar om voorbereidingen te treffen. De precieze eisen aan opleidingen, certificering en vergunningscategorieën worden nog uitgewerkt. Toch kunnen corporaties nu al actie ondernemen en zo risico's, vertragingen en extra kosten beperken.

Lees hoe corporaties zich stap voor stap kunnen voorbereiden.