Wat zijn de gevolgen van de Wtta voor corporaties?
Organisaties mogen voortaan alleen werknemers inlenen van uitleenbedrijven die een toelating of een ontheffing hebben van de Nederlandse Autoriteit Uitleenmarkt (NAU). Huurt een organisatie personeel in van een bedrijf dat geen toelating of ontheffing heeft, dan kan ook de inlenende organisatie een boete krijgen van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Dat betekent dat corporaties voortaan zelf actief moet checken of de uitlener wel is toegelaten. Dat kan vanaf 1 juli 2027 via het openbare register van de NAU.
Daarnaast hebben organisaties die personeel inlenen een administratieplicht. Zij zijn verplicht om uiterlijk vóór de start van de werkzaamheden vast te leggen via welke uitlener personeel wordt ingezet. Ook wanneer sprake is van doorlening geldt deze verplichting.
Ook is de inlener verantwoordelijk voor het aanleveren van de geldende arbeidsvoorwaarden aan de uitlener.
Voor woningcorporaties zijn de verplichtingen rond de inlenersbeloning niet helemaal nieuw. Artikel 2.7 van de CAO Woondiensten verplicht werkgevers al om te controleren of uitzendkrachten, gedetacheerden en payrollmedewerkers worden beloond overeenkomstig de WAADI en, voor zover van toepassing, de bepalingen uit de cao voor de uitzendbranche. CAO-partijen hebben een voorbeeld inlenersverklaring opgesteld die corporaties kunnen gebruiken bij de inhuur van uitzendkrachten waarop de ABU/NBBU-Cao van toepassing is.
Handhaving per 1 januari 2028
De handhaving start per 1 januari 2028. Corporaties doen er verstandig aan om op tijd voorbereidingen te treffen. Breng bijvoorbeeld alvast in kaart van welke uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven de corporatie gebruikmaakt en ga na of zij tijdig een toelating van de NAU aanvragen.
Heb je vragen? Dan kun je contact opnemen met team Werkgeverszaken via [email protected].